Harmen Abma (Hilaard, 21 november 1937 - Sneek, 30 november 2007) is opgegroeid op het platteland in Friesland. Hij heeft een lange periode gewerkt als huisschilder. Zijn passie voor het kunstenaarsschap is daaruit voortgekomen.

 

In 1966/67 exposeerde Abma zijn eerste Materiewerken in de Blauwe Hand te Harlingen. Geschilderde panelen met concrete materialen, touw, jute en stoelzittingen. Daarna volgden de Lamelwerken opgevouwen en bevestigd op panelen. Uit het mengen van zand en verf ontstonden schilderijen met een ruw oppervlak.

 

De periode van de MINIMAL ART en de ontwikkeling in de NUL GROEP is voor Abma ook een inspiratiebron geweest. Het laten zien van een concrete werkelijkheid in vorm, compositie en herhaling. Een duidelijk voorbeeld zijn de witte en zwarte parapluwerken zorgvuldig gerangschikt op panelen. De boorgaten in perspex laten een streng patroon zien van herhaling. Rond het boorgat ontstaat boorsel, een gefixeerd reliëf. Ook laat Abma roestsporen zien van spijkers op panelen.

 

In de jaren zeventig en tachtig heeft hij zich intensief bezig gehouden met onderzoek naar kleur. Drie primaire kleuren en hun menging, al dan niet in combinatie met zwart of wit. Essentieel bij de kleurmenging is het afwegen van de verf, de relatie tussen mengverhouding en oppervlak en een rekenkundige bepaling. (zie ontwerpen 1 & 2 ) Exposities van werken met kleurmenging werden onder andere uitgevoerd in 1974 in het Coopmanhûs te Franeker. De werken waren ook te zien in het Stedelijk Museum te Amsterdam, het Haags Gemeente Museum en in het Fries Museum te Leeuwarden. In opdracht zijn veel werken, in deze toepassing van  kleurmenging, gemaakt. (zie biografie in opdracht gemaakt). De maatvoering van de ontwerpen worden vanuit de architectuur vastgesteld. De ontwerpen kunnen toegepast worden in Openbare representatieve gebouwen.

  

In het overzichtsboek DE NEDERLANDSE IDENTITEIT IN DE KUNST NA 1945 wordt in hoofdstuk negen: 'Schilderen als schilderen', het werk van Harmen Abma behandeld door Rini Dippel, naar aanleiding van de tentoonstelling, Fundamentele schilderkunst 1975. (zie publicaties).

 

Halverwege de jaren negentig maakt Abma Tapewerken op MDF. Plakken en scheuren van horizontale transparante tapebanen naast- en deels over elkaar. De verflagen versterken de horizontale kleurbanen en roepen beelden op van abstracte landschappen.

 

De abstracte fundamentele werken zijn geschilderd vanuit het gritpatroon. Het betonijzer, de drager bespannen met linnen laat een transparante werkelijkheid zien. Een wisselwerking tussen materie, licht en schaduw. De latere werken krijgen meer een landschappelijk karakter. De kleurrijke abstract landschappelijke werken zijn geschilderd met een krachtige brede verftoets. In een aantal werken wordt het gritpatroon, door een lossere verftoets, knippen van openingen in het gritpatroon en door het scheuren van gaten in het linnen, uit het ritme gehaald.   

 

Een vernieuwing in beeldtaal en materie zijn werken uit de periode 2003/06. Deze transparante werken van golfplaten, hout, karton, acrylglas en verf laten zwevende abstracte landschappelijke elementen zien die in een aantal werken een binding aangaan met het gekleurde en geschilderde installatiedraad. In vergelijking met de ingelijste Materiewerken uit de jaren zestig laten deze werken een duidelijke verandering zien in compositie, transparantie en materie. 

 

In de ruimtelijke tekeningen is het betonijzer, de drager een volwaardig onderdeel van het kunstwerk. Het gekleurde installatiedraad wordt gedraaid en geknoopt aan het betonraster. De ruimtelijke tekeningen zijn subtiel en grillig, een spanningsveld ontstaat tussen kleur en ritmisch botsende lijnen. 

 

www.harmenabma.nl